Fiscale bovenmatigheid door verhoging pensioenleeftijd?

De pensioenrichtleeftijd gaat per 1 januari 2018 omhoog naar 68 jaar. De fiscaal maximale opbouwpercentages voor een middelloon- en eindloonregeling wijzigen niet, behalve dat deze gekoppeld worden aan de leeftijd van 68. Hoewel er op het eerste gezicht dus weinig lijkt te veranderen, is dit actuarieel wel degelijk het geval. De maximale jaarlijkse opbouw van ouderdomspensioen daalt met circa 7,5%.

Werkgevers die de pensioenleeftijd van 67 willen handhaven zullen alert moeten zijn of het huidige opbouwpercentage niet leidt tot een bovenmatige pensioenopbouw.

Voorkomen zal moeten worden dat het opbouwpercentage hoger is dan maximaal toegestaan. Eind maart 2017 zijn de voorlopige maximale opbouwpercentages voor een middelloonregeling per 2018 gepubliceerd:

Pensioenleeftijd 67 68
2017 1,875% -
2018 1,738% 1,875%

Werkgevers met een pensioenregeling op basis van een opbouwpercentage van 1,75% en een minimale (AOW) franchise zullen er waarschijnlijk niet aan ontkomen hun regeling aan te passen. Het handhaven van 1,75% op 67 jaar zal immers tot fiscale bovenmatigheid leiden. Wat volgt is een veranderingstraject waarbij instemming door werknemer en ondernemingsraad vereist is omdat de arbeidsvoorwaarde nu eenmaal wijzigt.

Handhaven 67 jaar mogelijk?

De wet geeft de mogelijkheid om een deel van het partnerpensioen op voorhand uit te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Hierdoor stijgt het maximale opbouwpercentage van 1,738% naar 1,76% voor leeftijd 67 en is er geen sprake van bovenmatige pensioenopbouw indien 1,75% als opbouwpercentage wordt gehandhaafd. Het toepassen van deze methode betreft echter wel een aanpassing van de regeling waarvoor goedkeuring van de ondernemingsraad is vereist. Daarnaast is strikt juridisch ook instemming van de partner van iedere werknemer nodig. Een instemmingstraject wordt dus niet voorkomen al betreft dit louter een formele aangelegenheid, aangezien de werknemer evenals de partner niet worden benadeeld ten opzichte van de oude regeling. Wij voorzien dat een aantal werkgevers deze route zal kiezen om hiermee een relatief ingrijpend veranderingstraject te voorkomen, mits hiertoe de juiste acties worden ondernomen.

20 april 2017

Auteur(s)