Private WW-aanvulling legt rekening bij jonge werknemer

Op 6 september 2017 heeft de Stichting van de Arbeid haar uitgewerkte voorstel voor de private aanvulling van het derde jaar WW aan de decentrale cao-partijen voorgelegd. Deze WW-aanvulling wordt mogelijk nu het Besluit fondsen en spaarregelingen wordt aangepast. Opvallend is dat dit besluit wordt aangepast door dezelfde partijen die verantwoordelijk waren voor de beperking van de publieke WW in 2015.

De private WW-aanvulling wordt vastgelegd in een verzamel-cao. Er wordt voor vijf sectoren een verzamel-cao overeengekomen. Deze vijf sectoren overstijgen de gebruikelijke sectoren. Cao-partijen in de gebruikelijke sectoren hebben vervolgens de keuze om vrijwillig aan te sluiten bij de verzamel-cao en werknemers te verzekeren voor de private WW-aanvulling. De aanvulling wordt voor alle verzamel-cao’s verzorgd door Stichting PAWW.

Jongeren profiteren pas bij ontslag na 2028

De vraag die direct ontstaat is in hoeverre jongere deelnemers (weten hoeveel zij) zullen profiteren van de private WW. Met de introductie van de WWZ is de opbouw van WW-aanspraken na de eerste tien arbeidsjaren verlaagd naar een halve maand per dienstjaar. Aanspraken opgebouwd tot 2015 blijven gerespecteerd, maar worden per april 2019 afgetopt op 24 maanden. In de cao-tekst op de website van Stichting PAWW valt te lezen dat de private WW-aanvulling gelijk is aan het verschil tussen de WW-opbouw onder de WWZ en de WW-opbouw zoals die gold tot en met 31 december 2015.

In feite ‘repareert’ de WW-aanvulling twee zaken; de aftopping op 24 maanden en de opbouw van WW-aanspraken bij een dienstverband langer dan tien jaar. Jongeren die in 2018 toetreden tot de arbeidsmarkt, ontvangen pas op zijn vroegst een aanvulling vanuit Stichting PAWW bij ontslag in 2029. De uitkering betreft in dat geval een half jaar. Er wordt namelijk pas optimaal geprofiteerd van de private aanvulling bij een dienstverband van 24 jaar of meer. Dit is op zijn vroegst in 2042. Oudere werknemers die op of na 1 december 2017 een WW-uitkering aanvragen, profiteren daarentegen al direct van de maximale WW-uitkering van 14 maanden terwijl hun bijdrage aan het fonds minimaal is. Men zou verwachten dat met de afschaffing van de VUT een einde was gekomen aan regelingen gebaseerd op doorgeslagen solidariteit.

Evenals bij de VUT wordt voor de WW-aanvulling gebruik gemaakt van financiering op basis van een omslagstelsel. Dat betekent dat premies die in enig jaar binnenkomen direct worden gebruikt voor de financiering van de uitkering in hetzelfde jaar. Toekomstige uitkeringsgerechtigden zijn afhankelijk van de premie inleg in de jaren volgend op het ontslag. Gezien de prognose van de bijdragepercentages, is het echter de vraag of toekomstige werknemers bereid zijn de premie te betalen. De premie aan de stichting wordt tenslotte volledig door werknemers betaald. De verwachting is dat de bijdrage binnen afzienbare tijd stijgt naar 0,6% van het gemaximeerde salaris van de werknemer. Na de periode van vijf jaar vindt een evaluatie plaats.

Conclusie

De private WW-aanvulling voorziet in reparatie van beperking van de WW door de WWZ. Het heeft echter alle schijn van een verkapte (afgezwakte) VUT-regeling. Oudere werknemers met lange dienstverbanden profiteren direct van het fonds, terwijl jonge werknemer direct bijdragen maar waarschijnlijk nooit een uitkering zullen ontvangen. Het is dan ook niet gek dat diverse sectoren reeds hebben aangegeven niet aan deze ' bodemloze put' mee te zullen doen. En het is ook niet nodig. Er zijn inmiddels diverse regelingen te bedenken waarbij werknemers vervroegd kunnen uittreden zonder RVU-heffing en zonder de rekening bij de werknemer neer te leggen. 

17 oktober 2017

Auteur(s)