Telefonisch advies niet zo kies

Op 15 november 2017 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een interessante uitspraak gedaan inzake de zorgplicht van een advocaat bij het uitvoeren van een opdracht. Een zorgplicht die tevens voor iedere adviseur geldt. Het verzaken van deze zorgplicht leidt tot aansprakelijkheid voor de daardoor ontstane schade.

Wat is er aan de hand in deze zaak?

Werknemer is door zijn werkgever, die een beëindigingsovereenkomst met hem wilde sluiten, naar een advocaat verwezen voor het inwinnen van juridisch advies over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Op advies van de advocaat heeft de werknemer ingestemd met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.  Een belangrijk aspect in deze casus is dat de werknemer leed aan de ziekte ALS. Door deze ziekte raakte de werknemer arbeidsongeschikt.

Doordat de werknemer instemde met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst eindigde de pensioenopbouw en werd hij afgemeld voor deelname aan de ANW-verzekering. Ook had hij geen recht meer op premievrijstelling van pensioenopbouw bij algehele arbeidsongeschiktheid en de dekking van het nabestaandenpensioen. De partner van de werknemer stelt dat de advocaat tekort is geschoten in zijn advisering en eist vergoeding van geleden en toekomstige schade.

Zorgvuldigheidstoets

De rechtbank Noord-Nederland neemt als norm dat een opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen. In deze zaak leidt dat er toe dat een advocaat de zorgvuldigheid dient te betrachten die van een redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. De zorgvuldigheidsplicht brengt hierbij met zich mee dat een cliënt, indien deze een beslissing moet nemen, goed geïnformeerd moet worden door zijn advocaat.

In welke mate een advocaat daarbij zijn cliënt moet informeren en op bepaalde risico’s dient te wijzen, is afhankelijk van de omstandigheden. De ernst en omvang van de risico’s, de waarschijnlijkheid en de ernst en de mate waarin de cliënt blijk heeft gegeven van de risico’s bewust te zijn, zijn hierbij belangrijke factoren.

In casu werd door eiser gesteld dat de advocaat zijn cliënt had moeten wijzen op de risico’s van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De advocaat stelt dat hij niet op de hoogte was van de medische aandoening. Indien hij had geweten of vermoedde dat zijn cliënt ernstig ziek was zou hij nooit een pro forma ontbindingsprocedure hebben geadviseerd.

De rechtbank heeft geoordeeld dat omdat de advocaat enkel telefonisch contact heeft gehad met zijn cliënt, hij niet heeft voldaan aan zijn zorgvuldigheidsplicht.

De rechtbank stelt dat bij telefonisch contact in mindere mate kan worden nagegaan dat een cliënt voldoende begrijpt wat zijn juridische positie is voordat de cliënt een keuze maakt. Daarbij is juist bij een onomkeerbare handeling, zoals in casu een formeel verweer bij een ontbindingsprocedure, toetsen of de cliënt het heeft begrepen essentieel.

Een belangrijk standpunt van de rechtbank is dat het voeren van telefonisch overleg een risico vormt, omdat bepaalde zaken onvermeld kunnen blijven of onvoldoende aandacht kunnen krijgen. In casu zou namelijk bij een face-to-face gesprek in tegenstelling tot het telefonisch contact wel duidelijk zijn geworden dat de cliënt van de advocaat zichtbare medische beperkingen had. Deze observatie van de advocaat zou dan tot een ander advies moeten leiden.

Wat betekent deze uitspraak voor de adviespraktijk?

 Uit deze uitspraak volgt onder andere dat een adviseur bij uitsluitend telefonisch contact met zijn cliënt het risico neemt dat hij niet van alle van belang zijnde omstandigheden op de hoogte is. 

29 maart 2018

Auteur(s)