Verschillende staffels niet toegestaan zonder scheiding kapitaal

Wanneer in een beschikbare premieregeling een 4% rekenrentestaffel werd gehanteerd en naar de toekomst gebruik wordt gemaakt van een 3% rekenrentestaffel dient het opgebouwde kapitaal door de pensioenuitvoerder te worden gescheiden. Zonder deze scheiding kan de Belastingdienst de pensioenregeling niet goedkeuren waardoor er strikt genomen direct belasting dient te worden afgedragen.

Per 1 januari 2014 en 2015 zijn de fiscale kaders voor pensioenopbouw aangepast. Als gevolg hiervan zijn de fiscaal maximaal toegestane premiestaffels verlaagd. Voor werkgevers met een beschikbare premiestaffel op basis van een rekenrente van 4% leek het opportuun om over te stappen naar een premiestaffel op basis van een rekenrente van 3%. In deze regeling kon het oude premieniveau worden behouden met als enige wijziging het opnemen van de eventtoets in het pensioenreglement (kijk hier voor meer informatie).

De eventtoets houdt in dat het verworven kapitaal bij bepaalde gebeurtenissen (events) getoetst wordt aan de maximale pensioenopbouw in een middelloonregeling. In een 3% regeling moet bij diverse events een fictief aan te kopen pensioenuitkering worden getoetst aan een middelloonregeling. De Belastingdienst heeft KWPS recent geïnformeerd dat zij van mening is dat de eventtoets zonder een gescheiden administratie niet nauwkeurig kan worden toegepast, omdat de 4% staffel een dergelijke toets niet kent.

Werkgevers die binnen één contract zowel een 4% als 3% staffel hebben gecombineerd doen er goed aan contact op te nemen met hun adviseur of uitvoerder. Zonder gescheiden kapitaal kan de pensioenregeling niet worden goedgekeurd. Mocht blijken dat het kapitaal inderdaad op één beleggingsrekening wordt geadministreerd, dan bestaan de volgende mogelijkheden:

  1. Er vindt waardeoverdracht plaats waarbij het kapitaal onder het 4% regime wordt ingebracht in het 3% regime. Vanaf dat moment is de eventtoets ook van toepassing op het kapitaal opgebouwd onder het 4% regime. Hiervoor is instemming van de individuele werknemer noodzakelijk.
  2. De pensioenuitvoerder dient alsnog met terugwerkende kracht het opgebouwde kapitaal te scheiden.

Deze discussie zal zich ook voordoen in 2018 wanneer de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar stijgt met een verdere daling van de beschikbare premiestaffels tot gevolg. Sommige werkgevers zullen daarom overstappen naar de 3% regeling (kijk hier voor meer informatie). Vorenstaande geldt ook voor deze toekomstige wijzigingen.

21 juni 2017

Auteur(s)