Werkgever moet premieverdeling verplicht gesteld Bpf volgen

De Hoge Raad heeft een uitspraak gedaan over de onderhandelingsruimte en contractsvrijheid tussen werkgevers en werknemers over de verdeling van pensioenpremies. In het arrest stond de vraag centraal of ondernemingen, bij deelname aan een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds, een andere premieverdeling tussen werkgevers en werknemers kunnen overeenkomen dan de premieverdeling die vastgesteld is door het bedrijfstakpensioenfonds.

De rechtszaak in kwestie speelde tussen BOVAG en het bedrijfstakpensioenfonds PMT.

BOVAG heeft een eigen cao waarin is opgenomen dat de werkgever de helft van de verschuldigde pensioenpremie op zijn werknemers mag verhalen. In de beleidsregels van PMT is opgenomen dat de pensioenpremie voor maximaal 46,8% op de werknemer verhaald mag worden. BOVAG was het hier niet mee eens en diende een verzoek in bij PMT om een uitzondering te maken en een hogere werknemersbijdrage toe te staan. PMT heeft het verzoek niet gehonoreerd. 

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat, bij een verplichte deelname in een bedrijfstakpensioenfonds, de onderhandelings- en contractruimte inzake pensioen tussen individuele werkgevers en werknemers zeer beperkt is. Het pensioenreglement en uitvoeringsreglement, dat is vastgesteld tussen sociale partners en het bedrijfstakpensioenfonds, moet verplicht worden nageleefd door werkgevers.

Het bedrijfstakpensioenfonds kan bovendien, indien de bevoegdheid is opgenomen in de statuten en reglementen, nadere invulling geven aan het pensioenreglement dan wel uitvoeringsreglement door besluiten te nemen. Ook deze besluiten moeten werkgevers dan verplicht naleven.

De Hoge Raad heeft in casu geoordeeld dat een bedrijfstakpensioenfonds de pensioenpremieverdeling bepaalt voor alle werkgevers die onder het verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds vallen.

Voor de praktijk betekent dit dat werkgevers geen andere premieverdeling kunnen vaststellen dan is bepaald in het pensioenreglement, waarbij er een onderscheid moet worden gemaakt tussen een standaard regeling en een minimumregeling. Een standaardregeling is een regeling waarvan niet afgeweken mag worden en een minimumregeling is een regeling waarvan afgeweken mag worden ten gunste van de werknemers. Werkgevers hebben op dit punt dus niet of nauwelijks de vrijheid eigen beleid met werknemersvertegenwoordigers overeen te komen. Voorts moeten werkgevers er rekening mee houden dat een bedrijfstakpensioenfonds nadere invulling kan geven aan het pensioenreglement, dan wel het uitvoeringsreglement door middel van besluiten indien de bevoegdheid is opgenomen in de statuten of reglementen.  

15 maart 2018

Auteur(s)