ABP en Wtp - deel 2: afschaffen doorsneepremie

Publicatiedatum 9 februari 2023

In deel 2 van de reeks over het ABP en de Wtp staan we stil bij het afschaffen van de doorsneesystematiek en de gevolgen daarvan voor bij het ABP aangesloten werkgevers. Weg met de doorsneepremie en op naar de leeftijdsonafhankelijke premie!

Waarom wordt de doorsneepremie afgeschaft?

Bij het ABP betalen alle deelnemers procentueel dezelfde premie en ontvangen daarvoor dezelfde opbouw. De leeftijd is niet relevant. De premie van een 25-jarige deelnemer kan echter veel langer renderen dan de premie van een 65-jarige deelnemer. Actuarieel bezien zou de 25-jarige deelnemer dus ofwel minder premie hoeven te betalen dan wel meer pensioen moeten opbouwen. Dat gebeurt nu niet. In plaats daarvan subsidiëren jonge deelnemers de pensioenopbouw van oude deelnemers. Dat systeem werkt prima, zolang werknemers hun hele leven bij dezelfde werkgever of in dezelfde bedrijfstak werkzaam zijn. Maar door de flexibelere arbeidsmarkt en populariteit van het werken als ZZP’er, is dat niet meer het geval. De solidariteit komt onder druk te staan en daarom is de wens uitgesproken voor een nieuw systeem met actuarieel eerlijke premies.

Wat komt er voor in de plaats?

De Wet toekomst pensioenen bepaalt dat de doorsneesystematiek vervangen wordt door een systeem waarbij de premie leeftijdsonafhankelijk is, waardoor de pensioenopbouw leeftijdsafhankelijk is.

Leeftijdsonafhankelijke premie per 2026

Bij het ABP zal vanaf waarschijnlijk 1 januari 2026 een leeftijdsonafhankelijke premie gaan gelden. Het niveau van de premie moet nog bepaald worden, maar de premie mag op grond van de nieuwe fiscale regels maximaal 30% bedragen. De doorsneepremie is momenteel 27,9%. Dat zou in theorie dus ook het percentage van de leeftijdsonafhankelijke premie mogen zijn.

Leeftijdsafhankelijke pensioenopbouw

De pensioenopbouw wordt in het nieuwe stelsel leeftijdsafhankelijk. Het verband is negatief: hoe ouder de deelnemer, hoe lager de jaarlijkse pensioenopbouw. Het aantal resterende jaren tot aan de pensioendatum neemt immers af met leeftijd, zodat ook de beleggingshorizon korter wordt. Hoe eerder de eerste werkzame jaren, des te belangrijker ze zijn voor de pensioenopbouw. Een extra studie of een reis na de studie kan een flinke hap uit het pensioen betekenen.  

Gevolgen voor werknemers

Het afschaffen van de doorsneesystematiek heeft tot gevolg dat de solidariteit van jong naar oud vervalt. Voor deelnemers die rond 2026 toetreden tot de arbeidsmarkt, heeft het afschaffen van de doorsneepremie geen gevolgen. Zij zullen over hun hele carrière naar verwachting een vergelijkbaar of hoger pensioen kunnen opbouwen. Alle andere deelnemers zullen in meer of mindere mate nadeel ondervinden van het afschaffen van de doorsneepremie. Zij profiteren niet meer van de subsidie van jong naar oud waar zij al recht op hebben (deelnemers ouder dan ongeveer 45 jaar) of waar zij op enig moment recht op gehad zouden hebben (deelnemers jonger dan 45 jaar). Daarom zal het ABP compensatiemaatregelen treffen, maar dat is voer voor een andere actualiteit in deze reeks.

Gevolgen voor de werkgever zijn beperkt, althans financieel

Een doorsneepremie van 25% kost de werkgever net zo veel als een leeftijdsonafhankelijke premie van 25%. Als de percentages hetzelfde zijn, verandert er voor werkgevers dus financieel gezien niets. Indien de reserves van het ABP echter onvoldoende zijn om de hierboven genoemde en later te bespreken compensatie mee te financieren, zullen werkgevers rekening moeten houden met een tijdelijke extra premie. Ook kan de compensatie tot gevolg hebben dat de arbeidsmobiliteit tijdelijk lager is. Ook dat is een onderwerp dat wij in een volgende actualiteit zullen adresseren.

Auteur(s) en meer informatie: