Financiën laat zes pensioenproefballonnen op

Het fiscale kader voor pensioen gaat het laatste decennium gemiddeld een jaar of drie mee. De trend is onmiskenbaar: krimp, krimp en nog eens krimp. Met de verkiezingen in aantocht heeft het ministerie van Financiën voor de politieke partijen alvast zes nadere maatregelen voorgerekend in haar veelomvattende ombuiglijst. De pensioenmaatregel die leidt tot substantiële besparingen én electoraal gezien het beste
uitpakt zou het wel eens kunnen gaan worden.

Voordat ik de zes maatregelen benoem nog even de aanleiding voor de krimp van het zogenaamde Witteveenkader. Door lagere pensioenopbouw treden er voor de schatkist drie effecten op:

  • Lagere pensioenpremies leiden tot hogere bedrijfswinsten en/of hogere lonen. Dat leidt tot hogere belastingopbrengsten;
  • Hogere bedrijfswinsten en/of hogere lonen leiden tot hogere bestedingen. Dat leidt tot – u raadt het al –
    hogere belastingopbrengsten;
  • Een lager pensioen zorgt ervoor dat mensen langer moeten doorwerken en dat leidt in theorie tot
    – inderdaad - hogere belastingopbrengsten.

In onderstaand schema zijn de opties en hun belastingopbrengst weergegeven. Een wijziging zal niet
eerder dan 2018 intreden.

 

Optie

Belastingopbrengst
jaar 1
Structurele opbrengst per jaar (in 2077)
 1 

Verlagen aftoppingsgrens van € 101.519 naar 80.000

€ 500 miljoen

€ 100 miljoen

2

Verlagen aftoppingsgrens € 101.519 naar € 60.000

€ 1.700 miljoen

€ 300 miljoen

3

Verplichte opbouw pensioen beperken tot
€ 80.000 (daarboven vrijwillig tot € 101.519)

€ 190 miljoen € 40 miljoen
4 Verplichte opbouw beperken tot € 60.000 (daarboven vrijwillig tot
€ 101.519)
€ 640 miljoen € 110 miljoen
5

Verlagen maximale opbouwpercentage van 1,875% naar 1,75%

€ 500 miljoen € 200 miljoen
6

Verlagen maximale opbouwpercentage van 1,875% naar 1,65%

€ 1.100 miljoen

€ 400 miljoen

Als naar de opbrengst voor de schatkist wordt gekeken dan zijn feitelijk alleen de maatregelen twee of zes te overwegen door Den Haag. De politiek zal zich met maatregel zes naar onze mening ongeloofwaardig maken. Dat zou betekenen dat alleen iemand met 45 jaar trouwe dienst in de buurt zou kunnen komen van wat we vroeger een redelijk pensioen noemden. Daarbij zijn de geesten voor maatregel twee de afgelopen jaren al rijp gemaakt, zie de actualiteit van 20 oktober 2015.

22 juni 2016