Langzaam de financiële afgrond weer in?

Uit recent gepubliceerd onderzoek van het CBS blijkt dat in 2016 ruim 850.000 werknemers geen pensioen opbouwden. Dat is 13% van het aantal werknemers in Nederland. Tel daarbij de ongeveer miljoen ZZP'ers die Nederland rijk is en de teller staat op 2 miljoen werkenden die geen pensioen opbouwen. Dat is bij elkaar een kwart van de beroepsbevolking. Divers onderzoek toont aan dat het gros niet of niet in voldoende mate zorgt voor pensioenvervangers.

In Nederland bestaat geen algemene pensioenplicht, wel gelden er voor veel sectoren verplicht gestelde pensioenregelingen. In het verleden heeft Den Haag diverse keren laten doorschemeren dat een pensioenplicht wordt overwogen als er teveel werknemers zijn die geen pensioen opbouwen, zogenaamde witte vlekken. Gezien het mislukken van het polderpensioenoverleg zie ik Den Haag niet snel initiatieven ontplooien op het gebied van een algemene pensioenplicht.

Doordat er niet bewogen wordt, bewegen we wel degelijk. We gaan langzaam maar gestaag terug naar de situatie zoals deze een halve eeuw geleden was: gepensioneerden zonder pensioen. In het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw zijn dáárom door de sociale partners massaal eindloonregelingen ingevoerd die leidden tot een pensioen op of rond 70% eindloonniveau. Wie plukken daar momenteel de vruchten van? Precies, de huidige gepensioneerden. Zij vormen de rijkste generatie gepensioneerden ooit. Ik gun ze dat van harte maar ik gun de huidige generaties dat ook. Zij zullen het door vergrijzing, zorg, duurzaamheid en milieu (allemaal extreem kostbaar) financieel aanmerkelijk zwaarder krijgen.

Wat nu te doen? MKB Nederland bijvoorbeeld vraagt op haar site aandacht voor de hoge kosten waar werkgevers mee te maken hebben. Zij vermelden onder andere de hoge pensioenpremie in het geval van verplicht gestelde regelingen. Dat is waar, maar op deze manier komen we er niet. In branches waar geen verplichtstelling bestaat ligt er een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de sociale partners pensioen- of collectieve spaarregelingen te onderzoeken die een aanvaardbare verdeling van de premies tussen werkgever en werknemer betekenen. Er zou ook een deel van de loonruimte voor kunnen worden benut, die de bonden nu steevast in de vorm van een loonsverhoging willen zien. Ook bij de individuele werkgever ligt er mijns inziens een verantwoordelijkheid het aantal witte vlekken niet verder te laten oplopen nu we weten dat de mens homo sapiens is en geen homo economicus.

11 december 2018