Let op wat u uitzendt!

In november 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de zaak Care 4 Care tegen StiPP en hiermee een uitleg gegeven hoe de definitie uitzendovereenkomst gedefinieerd moet worden in verband met verplichte aansluiting bij het bedrijfstakpensioenfonds.

Uitzendovereenkomst

Indien een arbeidscontract kwalificeert als een uitzendovereenkomst kan dit verschillende consequenties hebben. Denk hierbij aan een verminderde ontslagbescherming en verplichte pensioenopbouw bij bedrijfstakpensioenfonds StiPP. In het arrest stond de discussie centraal of het begrip uitzendovereenkomst als bedoeld in de verplichtstelling en artikel 7:690 BW op een ‘ruime’ of een ‘klassieke’ manier uitgelegd moest worden.  

De Hoge Raad beslist dat het begrip uitzendovereenkomst op een ruime manier uitgelegd moet worden. Care 4 Care stelt dat voor een uitzendovereenkomst een allocatiefunctie vereist is. Hetzij in de zin van het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van (tijdelijke) arbeid, hetzij – meer in het bijzonder – in de zin van het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van (tijdelijke) arbeid zoals vervanging van werknemers tijdens ziekte of andere afwezigheid, het opvangen van piekuren of soortgelijke plotseling opkomende werkzaamheden. De Hoge Raad gaat hier niet in mee. Uit artikel 7:690 BW kan niet worden afgeleid dat voor het aannemen van uitzendovereenkomst een allocatiefunctie vereist is. De wetgever heeft de wetgeving specifiek niet alleen maar bedoeld voor de klassieke uitzendovereenkomst, de zogenoemde ‘ziek of piek’ opvang. De wetgeving ziet op een breder aspect van overeenkomsten die zien op het bijeenbrengen van arbeid en werk. Deze ruimere interpretatie ziet op alles dat valt onder het bijeenbrengen van vraag en aanbod van tijdelijke arbeidskrachten. Of zoals de Hoge Raad stelt:

“Uit de tekst van art. 7:690 BW volgt dat alle arbeidsovereenkomsten waarbij de werknemer door de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van die derde, uitzendovereenkomsten zijn.”

De Hoge Raad benoemt specifiek dat het niet aan de rechter is om bij een ongewenste uitkomst zoals payrolling hier grenzen aan te stellen. Bij een uitkomst die de wetgever niet bedoeld heeft met artikel 7:690-7:691 BW is het in de eerste plaats aan de wetgever om hier grenzen aan te stellen. 

Gevolgen

Door de uitspraak van de Hoge Raad kan het zijn dat een werkgever die in de breedste zin van het woord bezig is met uitzenden (het uitlenen van werknemers aan andere werkgevers), vanaf nu verplicht aangesloten is bij StiPP.

29 november 2016

Auteur(s)