Ziet u de bomen door het (indexatie)bos?

In recent gepubliceerd beleid van de Belastingdienst en het ministerie van Financiën wordt nadere uitleg gegeven over vaste indexatie. Een mooie aanleiding om de fiscale regels rond indexatie op een rijtje te zetten. De spelregels bij deze tocht door het indexatiebos zijn als volgt:

  1. Indexatie van pensioen betreft de verhoging van pensioenaanspraken (het niet-ingegane pensioen) of het ingegaan pensioen.
  2. Voorindexatie is de verhoging van het pensioenaanspraken, na-indexatie de verhoging van het ingegane pensioen.
  3. Onvoorwaardelijke indexatie is een automatisch recht op voor- en/of na-indexatie, bij voorwaardelijke indexatie is er geen sprake van een automatisch recht.
  4. Inhaalindexatie betreft het alsnog toepassen van voor- of na-indexatie die in een eerder jaar (in zoverre) niet heeft plaatsgevonden.
  5. Iedere vorm van de hierboven genoemde indexatiesoorten vindt plaats op basis van één van de volgende drie indexatiemaatstaven: prijsindexatie, loonindexatie of vaste indexatie. Het wijzigen van de indexatiemaatstaf is voor toekomstige indexatie wel toegestaan, voor inhaalindexatie niet.

Hoofdregel indexatie

Pensioen mag de fiscale grenzen overstijgen voor zover dat het gevolg is van het aanpassen van het pensioen aan loon- of prijsstijgingen. Deze hoofdregel is opgenomen in artikel 18d, eerste lid, onderdeel a Wet LB. Er moet een relatie zijn met de in de relevante indexatieperiode gestegen lonen of prijzen. Indexatie van pensioen zal gefinancierd moeten worden door fonds of werkgever.

Voorindexatie

Voorindexatie mag plaatsvinden in verband met vóór de pensioendatum gestegen lonen of prijzen en is mogelijk in het geval van een middelloon- of eindloonregeling. Voor een eindloonregeling geldt de extra voorwaarde dat voorindexatie alleen kan plaatsvinden als de pensioenopbouw is beëindigd. Zo wordt voorkomen dat samenloop van voorindexatie én backservice (verhoging wegens salarisstijging) plaatsvindt en er bovenmatigheid ontstaat. Voorindexatie is bij een beschikbarepremieregeling (BPR) niet toegestaan omdat de beleggingsresultaten moeten zorgen voor compensatie voor loon- en prijsstijgingen. Of er feitelijk sprake is van (extra) beleggingsresultaat in de beschikbare premie is niet relevant.

Na-indexatie

Na-indexatie mag worden toegepast op het ingegane pensioen krachtens een middelloon- of eindloonregeling. In het geval van een BPR moet de na-indexatie wordt gefinancierd uit het aanwezige pensioenkapitaal. Er mag dus geen extra premie voor worden ingelegd. Omdat de indexatie moet worden ingekocht op de datum dat het pensioen ingaat is vaste indexatie (zie hierna) de enige mogelijke indexatiemaatstaf bij een BPR.

Voorwaardelijke indexatie

Voorwaardelijke indexatie komt vaak voor. Er is dan geen sprake van een automatisch recht op indexatie. Het toekennen van voorwaardelijke indexatie kan een beslissing zijn van het pensioenfonds of van de werkgever en kan van verschillende toekenningsfactoren afhankelijk zijn.

Onvoorwaardelijke indexatie

In het geval van onvoorwaardelijke indexatie is er een automatisch recht op indexatie van de pensioenaanspraak of het pensioen. Dat wil niet zeggen dat altijd indexatie plaatsvindt. Onvoorwaardelijke indexatie leidt niet tot een stijging indien de loonstijging de indexatiemaatstaf is en de lonen in het voorgaande jaar niet zijn gestegen.

Inhaalindexatie

In het geval van voorwaardelijke indexatie kan het gebeuren dat het pensioenfonds of werkgever in latere jaren in een gunstigere financiële positie verkeert. Het is dan fiscaal toegestaan de indexatie alsnog toe te passen op de eerdere jaren. De omvang van de indexatie moet worden toegepast op de individuele (resterende) fiscale ruimte voor indexatie van jaar tot jaar voor de betreffende deelnemer en moet blijven binnen de fiscale grenzen. De inhaalindexatie moet aansluiten bij de indexatiemaatstaf. Als er in de regeling wordt geïndexeerd op basis van bijvoorbeeld het CBS-prijsindexcijfer, dan is een inhaalindexatie op basis van vaste indexatie fiscaal gezien niet toegestaan.

Inhaalindexatie is óók toegestaan als er geen indexatiemaatstaf voor de regeling geldt en besloten wordt alsnog te indexeren. Een vaste indexatie is dan niet toegestaan (zie hierna).

Indexatiemaatstaven: prijsindexatie, loonindexatie, vaste indexatie

Voor prijs- en loonindexatie wordt aangesloten bij objectief vastgestelde maatstaven als CBS-indexen en loonstijgingen binnen de branche of onderneming. Het is mogelijk om voor- en na-indexatie toe te passen in de vorm van een vast percentage. Dit wordt een vaste indexatie genoemd. De Belastingdienst en het ministerie van Financiën hebben vastgesteld dat een vaste indexatie maximaal 3% mag bedragen. Met vaste indexatie wordt bedoeld dat het percentage vast is. Onvoorwaardelijke vaste indexatie is zonder meer toegestaan. Het vormt overigens pensioen in de zin van de Pensioenwet en moet direct worden afgefinancierd. Voorwaardelijke vaste indexatie en inhaalindexatie zijn fiscaal toegestaan maar aan nadere regels gebonden. Wordt niet voldaan aan deze regels dan zijn alleen aanpassingen volgens prijs- of loonindexatie toegestaan.

Nadere eisen aan vaste indexatie

  • Vaste indexatie voor de toekomst moet voor een reeks van toekomstige jaren zijn toegezegd. De Belastingdienst stelt geen eisen aan de minimale duur van deze reeks.
  • Inhaalindexatie op basis van vaste indexatie is alleen mogelijk indien vaste indexatie in het verleden al als (nagestreefde) maatstaf in de regeling is opgenomen.
  • Voorwaardelijke vaste indexatie is alleen toegestaan als de vaste indexatie slechts afhankelijk is van de beschikbare financiële middelen. Als er een subjectieve maatstaf wordt ingebracht, zoals een beslissing van fonds of werkgever, dan is vaste indexatie niet toegestaan.

Vaste indexatie uit een overschot

In de recente beleidsuiting is te lezen: ‘Een vaste indexatie kan niet eenmalig of over enige (toekomstige) jaren worden toegezegd om een overschot, liquidatiesaldo of indexatiedepot e.d. van een pensioenfonds of pensioenpolis te verdelen. Hoogstwaarschijnlijk wordt gedoeld op een situatie waarin sprake is van financiële middelen die niet met het oog op indexatie zijn gevormd. Door het gebruik van het woord ‘enige’ is niet duidelijk of de Belastingdienst vaste indexatie vanuit deze bronnen in het geheel niet toestaat of dat vaste indexatie uit deze bronnen alleen toegestaan is indien de vaste indexatie voor onbepaalde tijd geldt. Hierover hebben wij vragen gesteld aan de Belastingdienst.

De soorten pensioen die in aanmerking mogen komen voor indexatie

Ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en wezenpensioen mogen worden geïndexeerd op grond van de Wet op de loonbelasting 1964. Een arbeidsongeschiktheidspensioen mag worden geïndexeerd als dit plaatsvindt conform de maatschappelijke opvattingen. Andere pensioensoorten, zoals bijvoorbeeld een tijdelijk nabestaandenoverbruggingspensioen (ANW-hiaat) mogen in beginsel niet geïndexeerd worden.

8 november 2018