FT: 26-04-2007

De Financieele Telegraaf: 26 april 2007

Strafheffing bij gouden handdruk te voorkomen

JAN-OLIVIER KUIJKHOVEN EN NATASJA WINTER

 

Werkgevers kunnen de hoge zogeheten fiscale strafheffing die zij over ontslagvergoedingen aan oudere werknemers moeten betalen, geheel of gedeeltelijk voorkomen. Simpelweg door de uitkering, ook wel gouden handdruk genoemd, uit te keren in de vorm van extra pensioen. “In de praktijk merken we dat van deze mogelijkheid weinig gebruik wordt gemaakt. De boete wordt vaak klakkeloos betaald, soms ook ten nadele voor de betrokken werknemers”, stelt Jan-Olivier Kuijkhoven van pensioenconsultant KWPS.

De hoogte van de boete liegt er niet om. Over een ontslagvergoeding aan een oudere werknemer moet de werkgever 26% betalen, vanaf 2011 zelfs 52%. Daarnaast moet de werknemer ook nog eens inkomstenbelasting over de uitkering betalen. Samen een forse belastingdruk. Kuijkhoven en zijn collega Natasja Winter snappen dan ook niet dat de werkgever de strafheffing zo vaak - in hun ogen nodeloos - betaalt.

Winter: “Over een uitkering van een 100.000 euro moet een bedrijf € 26.000,- betalen, straks zelfs € 52.000,-. Als dan ook nog eens de werknemer in het hoogste tarief inkomenstenbelasting valt, moet de werknemer nog eens € 52.000,- betalen. Vanaf 2011 krijg je daarmee een maximale belastingdruk van € 104.000,- op een netto-uitkering van € 48.000,-.”

Hoewel de werkgever de strafheffing moet betalen, is het bestaan ervan ook nadelig voor werknemers. Kuijkhoven: “Steeds meer bedrijven houden die heffing al in op hun totale budget voor afvloeiingsuitkeringen. In veel gevallen wordt er min of meer standaard 26% voor uittredingen van oudere werknemers ingecalculeerd. Voor deze werknemers blijft er dan dus uiteindelijk bij ontslag minder vergoeding over.”

Volgens Kuijkhoven en Winter is de strafheffing over de ontslaguitkering (deels) te voorkomen. “De wetgever heeft daarvoor een paar alternatieven die lang niet iedereen kent. Dit door de bedragen uit te keren middels vier in de wet omschreven regelingen: ouderdomspensioen, prepensioen, vut en seniorenregelingen”, aldus Kuijkhoven.

Ook de inmiddels in de fiscale ban gedane vut- en prepensioenregelingen bieden de werkgever voor een bepaalde groep oudere werknemers dus nog steeds soelaas. Daarnaast zit de oplossing meestal in het ouderdomspensioen, omdat veel werknemers daar nog fiscale ruimte hebben voor onbelaste stortingen, legt de pensioenfiscalist uit. Vervolgens mag dat verhoogde ouderdomspensioen vervroegd ingaan. Winter: “Voorwaarde is natuurlijk wel dat er nog fiscale ruimte is om bij te storten. Bijna altijd is dat wel het geval, zodat de strafheffing in ieder geval voor een deel van de gouden handdruk kan worden voorkomen.”

De strafheffing hangt samen met het overheidsbeleid om vervroegde pensionering middels een zogeheten regeling voor vervroegde uittreding te ontmoedigen. Krijgt een oudere werknemer een ontslagvergoeding, dan kan de overheid dat als zo’n regeling opvatten, stelt Kuijkhoven. “En dat kan erg ver gaan. Alles wat onder vervroegde uittreding is op te vatten, kan onder de gewraakte heffing vallen, behalve dus als het een van de vier genoemde uitzonderingen betreft. Zo zagen we onlangs een geval waarin een oudere werknemer vlak voor zijn pensioen uittrad zijn bedrijfsauto gratis meekreeg. Ook dat kan voor de werkgever een strafheffing opleveren.”

Overigens geeft Kuijkhoven werkgevers die de strafheffing willen bevechten onder de noemer van dubbele belastingheffing weinig kans. “Het is waar dat er economisch gezien over hetzelfde bedrag geheven wordt, maar juridisch is er geen sprake van dubbele heffing. De eindheffing wordt door de werkgever betaald en de loon- en inkomstenbelasting wordt gedragen door de werknemer.”

Copyright (c) 2007 De Financieele Telegraaf