In een notendop

Het pensioenakkoord

Na jarenlange onderhandelingen hebben het Kabinet en sociale partners op 5 juni 2019 een principeakkoord bereikt over de vernieuwing van het pensioenstelsel, een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd en maatregelen gericht op duurzame inzetbaarheid (het pensioenakkoord). Dit principeakkoord is beschreven in de brief die Minister Koolmees op 5 juni 2019 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Onderdeel van het principeakkoord is het SER-advies ‘Naar een nieuw pensioenstelsel’ van 5 juni 2019.

Het pensioenakkoord bestaat uit verschillende afspraken, zoals over de bevriezing en minder snelle stijging van de  AOW-leeftijd, het pensioenstelsel en duurzame inzetbaarheid. Veel van de gemaakte afspraken zullen de komende jaren nog moeten worden uitgewerkt door een door het Kabinet en sociale partners in het leven geroepen stuurgroep. Onder deze stuurgroep hangen weer tal van commissies en klankbordgroepen waarin pensioenuitvoerders, toezichthouders en onafhankelijke externe deskundigen zitting hebben. Vervolgens zal er een wetgevingstraject volgen om de maatregelen daadwerkelijk te implementeren. De ambitie van het Kabinet is om het wettelijk kader voor het nieuwe pensioenstelsel met ingang van 2022 gereed te hebben.

De belangrijkste onderwerpen uit het pensioenakkoord:

1. Bevriezing en minder snelle stijging van de AOW-leeftijd;

Voor het jaar 2020 en 2021 wordt de AOW-leeftijd bevroren op 66 jaar en 4 maanden, waarna de AOW-leeftijd zal stijgen met 3 maanden per jaar tot 67 jaar in 2024. Daarna wordt de koppeling van de AOW-leeftijd aan de resterende levensverwachting versoepeld.

2. Vernieuwing van het pensioenstelsel

Met ingang van 2022 geldt voor alle pensioenregelingen – ongeacht de pensioenuitvoerder – een verplichte leeftijdsonafhankelijke premie. Dit betekent dat er voor alle soorten pensioenregelingen een maximale jaarpremie komt (uitgedrukt in een percentage van het loon) waarmee de werknemer een eigen pensioen opbouwt. De doorsneepremie wordt afgeschaft. Dientengevolge zullen bijna alle pensioenregelingen gewijzigd dienen te worden. Voor het wijzigen van een pensioenregeling gelden allerlei consultatieverplichtingen. Ook roept het compensatievraagstukken op.

Daarnaast wordt een nieuwe pensioenregeling geïntroduceerd voor pensioenfondsen en komt er een keuzemogelijkheid om op de pensioeningangsdatum een bedrag ineens van maximaal 10% op te nemen.

3. Duurzame inzetbaarheidsmaatregelen

Om ervoor te zorgen dat iedereen gezond werkend zijn pensioen haalt, bevat het pensioenakkoord enkele duurzame inzetbaarheidsafspraken. Dit betreft zowel overgangsmaatregelen voor de korte termijn als structurele maatregelen voor de langere termijn. Voor de periode vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025 zal de RVU-heffing (52%) tijdelijk worden versoepeld. Daarnaast zat het Kabinet vanaf 1 januari 2021 een budget beschikbaar stellen van in totaal € 800 miljoen om sectorale afspraken over langer doorwerken en het duurzaam inzetbaar houden van werknemers te faciliteren. Hierbij valt te denken aan investeringen in om- en bijscholing, loopbaanbegeleiding, maar ook deeltijdpensionering en generatiepactregelingen. In aanvulling op dit tijdelijke budget zal het Kabinet structureel een budget van tien miljoen per jaar ter beschikking stellen. Dit budget is bedoeld om werkgevers en werknemers te ondersteunen bij het vormgeven van duurzaam inzetbaarheidsbeleid via een meerjarig integraal investeringsprogramma. Voorts wordt de fiscale grens voor het sparen van verlof verruimd van 50 naar 100 weken.  

4. Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen

In het pensioenakkoord is afgesproken dat er een wettelijke verzekeringsplicht komt voor andere werkenden tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico.

5. Tijdelijke versoepeling kortingen

Vooruitlopend op de overgang naar een nieuw pensioenstelsel is Minister Koolmees voornemens om de huidige kortingsregels voor pensioenfondsen tijdelijk aan te passen en pensioenfondsen extra tijd te geven om aan de financiële vereisten te voldoen. Dit betekent dat vanaf 2020 pensioenfondsen niet verplicht zijn een korting door te voeren als de dekkingsgraad meer dan 100% bedraagt. Verkeert een pensioenfonds al vijf jaar of langer in onderdekking en bedraagt de dekkingsgraad van het fonds aan het eind van deze vijf-jaarperiode minder dan 100%, dan zal het fonds een onvoorwaardelijke korting moeten doorvoeren om de dekkingsgraad op 100% te brengen.  

Maatregel

Aanpassing wet- en regelgeving?

2020

1

Minder snelle stijging AOW-leeftijd (ingevoerd)

Algemene Ouderdomswet

2

Afschaffing / verlaging (jeugd)-LIV

Wet tegemoetkomingen loondomein

3

Tijdelijke versoepeling kortingen

Besluit uitvoering Pensioenwet of Regeling Pensioenwet

2021

4

Tijdelijk versoepelen RVU-strafheffing

Wet op de loonbelasting 1964

5

STAP-budget

n.n.b.

6

Tijdelijk budget overheid voor faciliteren sectorale afspraken duurzame inzetbaarheid

n.n.b.

7

Verhogen grens fiscaal gefaciliteerd verlofsparen?

Wet op de loonbelasting 1964

2022

8

Nieuw pensioenstelsel (met leeftijdsonafhankelijk premie, nieuwe pensioenregeling voor pensioenfondsen en meer keuzevrijheid)

Pensioenwet + aanverwante wet- en regelgeving

9

Nieuw fiscaal kader

Wet op de loonbelasting 1964 + aanverwante regelgeving

10

Compensatiekader

n.n.b.

11

Versoepeling structurele koppeling AOW-leeftijd + pensioenrichtleeftijd aan levensverwachting

Algemene Ouderdomswet + Wet op de loonbelasting 1964

12

45-dienstjarenpensioen

Wet op de loonbelasting 1964

13  

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

n.n.b.

Tips voor werkgevers

Gelet op de complexiteit van de (nadere uitwerking van de) afspraken over het nieuwe pensioenstelsel is het de vraag of deze afspraken al met ingang van 2022 zijn neergelegd in wetgeving. Niettemin is het voor werkgevers raadzaam alvast voor te sorteren op de verschillende afspraken uit het pensioenakkoord:

  • inventariseren of de AOW-leeftijd van werknemers is vervroegd en dus de arbeidsovereenkomst eerder opgezegd moet worden;
  • anticiperen op een mogelijke stijging van de loonkosten doordat de tegemoetkoming voor (jeugdige) werknemers met een laag inkomen (LIV) wordt verminderd;
  • inventariseren of het - gelet op de huidige en toekomstige werknemerspopulatie - lonend is de pensioenregeling alvast te wijzigen in een beschikbare premieregeling met een vast premiepercentage (voor werkgevers die niet onder een verplichtstelling vallen). KWPS heeft hiervoor rekenmodules ontwikkeld;
  • anticiperen bij het ontwerpen van een regeling voor vervroegd uitreden op de aankomende versoepeling van de RVU-strafheffing en verruiming verlofsparen.