Arbeidsduurverkorting en pensioenopbouw in verband met coronavirus

Als gevolg van het coronavirus vragen werkgevers momenteel massaal verkorting van werktijd aan. Ons bereikt de laatste dagen geregeld de vraag of het mogelijk is de pensioenopbouw ongewijzigd voort te zetten (of juist te verlagen). De Belastingdienst heeft over voortgezette opbouw nu een Vraag en Antwoord gepubliceerd. Redenen genoeg hier een actualiteit aan te wijden.

In het welkome, bondige maar bepaald niet simpele Vraag en Antwoord worden drie verschillende situaties onderscheiden waarbij de opbouw niet hoeft te worden gewijzigd. Wij gaan in op deze situaties en voegen een vierde situatie toe.

Vooraf merken wij op dat er alleen pensioenopbouw kan plaatsvinden als er sprake is van diensttijd. In hoeverre er vervolgens pensioenopbouw kan plaatsvinden, hangt af van de regels rond de hoogte van het pensioengevend loon.

1. Er is sprake van arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking geheel in stand blijft (en de salarisverlaging gebruikelijk is)

Omdat de dienstbetrekking juridisch gezien geheel in stand blijft, is er ook fiscaal gezien sprake van diensttijd (artikel 10a, Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, hierna UBLB). Omdat de overheidsmaatregel voor de werkgever tot lagere lasten moet leiden, zal het loon in beginsel verlaagd worden; anders treft de werkgever de maatregel niet. In dat geval kan artikel 19 Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) er toe leiden dat er op basis van een parttimefactor en parttime franchise pensioen moet worden opgebouwd, hetgeen resulteert in een lagere pensioenopbouw. Artikel 19 Wet LB geeft namelijk aan dat diensttijd waarin het loon afwijkt in zo verre niet in aanmerking wordt genomen.

In het Vraag en Antwoord geeft de fiscus aan dat een lager (pensioengevend) loon geen probleem hoeft te zijn, mits sprake is van een gebruikelijke loonsverlaging. Het Vraag en Antwoord geeft verder aan dat de opbouw ongewijzigd kan worden voortgezet op basis van het (pensioengevend) loon voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting.

Commentaar KWPS

Wij leiden uit het antwoord af dat, als de loonsverlaging geldt voor alle werknemers of alle werknemers met dezelfde functie, er alsdan sprake is van een gebruikelijke loonsverlaging en in dat geval voor alle werknemers ongewijzigde pensioenopbouw kan plaatsvinden. Wordt niet aan dat criterium voldaan, dan lijkt artikel 19 Wet LB wél van toepassing. Lees in dat verband ook punt 4 van deze Nieuwsbrief.

2. Er is sprake van arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking (gedeeltelijk) tijdelijk wordt beëindigd, onvrijwillig ontslag én inkomensvervangende uitkeringen

De dienstbetrekking eindigt in dit geval, of althans voor een deel. Hierdoor is er (voor dat deel) fiscaal gezien in beginsel evenmin sprake van een dienstbetrekking. In het eerste deel van artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, UBLB is echter aangegeven dat als sprake is van i) onvrijwillig ontslag waarbij sprake is van ii) een loongerelateerde uitkering (bijvoorbeeld deeltijd-WW), de pensioenopbouw ongewijzigd mag worden voortgezet op basis van het (pensioengevend) loon dat voorafgaande aan de dienstbetrekking werd genoten.

Commentaar KWPS

De Belastingdienst geeft in dit specifieke antwoord een uitleg van de bestaande regels, als sprake is van onvrijwillig ontslag en een loongerelateerde uitkering. Ook in deze situatie mag de pensioenopbouw dus ongewijzigd worden voortgezet.

3. Er is sprake van arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking (gedeeltelijk) tijdelijk wordt beëindigd, vrijwillig ontslag en/of geen inkomensvervangende loongerelateerde uitkeringen

Ook in dit geval eindigt de dienstbetrekking (deels), maar wordt niet voldaan aan de in de tweede categorie genoemde dubbelvoorwaarde. Een voorbeeld dat KWPS hierbij kan geven is een (gedeeltelijke) tijdelijke uitdiensttreding waarvoor een afkoopsom ineens wordt ontvangen.

In het Vraag en Antwoord verwijst de Belastingdienst voor de voortzetting van pensioenopbouw naar onderdeel 2.3 van een besluit van het ministerie van Financiën. In dit besluit zijn veel regels opgenomen voor de voortgezette pensioenopbouw. De belangrijkste zijn:

Er vindt geen pensioen opbouw plaats bij een eventuele (tijdelijke) nieuwe werkgever (geen dubbele pensioenopbouw) of als IB-ondernemer door middel van een oudedagsreserve.
De periode van vrijwillige voortzetting start uiterlijk drie jaar voorafgaande aan de pensioenleeftijd in de pensioenregeling die wordt voortgezet.
Vrijwillige voortzetting is als mogelijkheid in de pensioenregeling opgenomen.

Commentaar KWPS

Voortgezette pensioenopbouw op basis van onderdeel 2.3 van het besluit is gebonden aan allerlei regels. Deze oplossing is daarom vaak niet te verkiezen.

4. Er is sprake van arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking geheel in stand blijft (en de salarisverlaging ongebruikelijk is)

Deze situatie wordt niet beschreven in het recente Vraag en Antwoord. Verschil met situatie 1 is dat slechts een of enkele werknemers voor de regeling in aanmerking komen c.q. de loonsverlaging niet gebruikelijk moet worden geacht. In dit geval is het verdedigbaar dat onderdeel 2.2 van het hiervoor genoemde besluit kan worden toegepast. De pensioenopbouw mag ongewijzigd worden voortgezet op basis van het (pensioengevend) loon dat voorafgaande aan de periode van verlof werd genoten, mits wordt bewaakt dat de werknemer niet dubbel pensioen opbouwt ter zake een eventuele (tijdelijke) nieuwe dienstbetrekking en als IB-ondernemer geen tijdelijke oudedagsreserve opbouwt. Onderdeel 2.2. van het genoemde besluit betreft perioden van verlof tussen twee perioden van dienstbetrekking in. Als werkgever en werknemer overeenkomen dat de arbeidsduurverkorting tijdelijk is, dan is het verdedigbaar te stellen dat er sprake is van verlof.

Slotopmerkingen

Wij sluiten af met de volgende opmerkingen:

pensioenopbouw en arbeidsduurverkorting, verlof en einde dienstbetrekking is fiscaal gezien een uiterst lastig onderwerp. Overleg altijd met KWPS of een andere gespecialiseerd fiscaal adviseur en/of overweeg afstemming met de Belastingdienst
sla het pensioenreglement er op na of de betreffende situatie van voortgezette pensioenopbouw daarin geregeld is of juist niet toegestaan is, of pleeg overleg met de uitvoerder
ga na of het payrolltechnisch mogelijk is de voortgezette pensioenopbouw en premieafdracht te laten plaatsvinden.

18 maart 2020