Een naderend pensioenakkoord: waar staan we nu?

Na een gestrand akkoord afgelopen najaar en twee stakingsdagen afgelopen week ontvingen de Stichting van de Arbeid en de SER vorige week een uitnodiging van Minister Koolmees om weer in gesprek te gaan. Vandaag schuiven de werkgevers en bonden bij de Minister aan tafel om de onderhandelingen te hervatten. Inzet is een totaalakkoord over diverse met elkaar samenhangende onderwerpen.

Welke onderwerpen liggen er op tafel?

  • een vernieuwing van het 2e pijler pensioen;
  • snelheid stijging AOW-leeftijd;
  • duurzame inzetbaarheid en zware beroepen; en
  • pensioenregeling voor zzp’ers.

Hoewel er nog weinig bekend is over de vernieuwing van het 2e pijler pensioen is duidelijk dat het systeem zodanig wordt aangepast dat de pensioenen flexibeler worden. Dit betekent eerder indexeren óf korten als daar aanleiding voor is. Daarnaast wordt de doorsneepremie afgeschaft; de premie wordt individueler, zodat jongeren niet langer de ouderen subsidiëren. Het heikele punt is voor wiens rekening de overgangskosten voor het nieuwe pensioensysteem komen. 

Handreiking

Het Kabinet heeft vorige week al twee handreikingen gedaan aan de vakbonden:

1. Verlaging RVU-strafheffing

Vorige week meldden verschillende media dat het Kabinet – als onderdeel van het totaalpakket - bereid zou zijn te praten over ruimere mogelijkheden voor vroegpensioen vanaf 61 jaar. Op dit moment is een strafheffing van 52% verschuldigd over een regeling die kwalificeert als een regeling voor vervroegd uittreden (RVU). Het plan zou zijn om deze RVU-heffing te verlagen indien een werknemer vijf jaar voorafgaande aan zijn pensionering met vroegpensioen gaat. Over het gedeelte van de regeling dat gelijk is aan het minimumloon zou dan niet langer een strafheffing verschuldigd zijn; over het gedeelte dat uitstijgt boven het minimumloon is nog wel strafheffing verschuldigd.

2. Versoepelen koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting  

Het Kabinet is bereid nadere afspraken te maken over het minder stringent koppelen van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting. Op deze manier zal de AOW-leeftijd tijdelijk niet en/of minder snel stijgen. Een stijging van de AOW-leeftijd is echter onvermijdelijk.

Waarom is er nu haast?

Er wordt al jaren onderhandeld over aanpassing van het pensioensysteem en nu proberen de sociale partners en het Kabinet deze week een akkoord te bereiken. Hier zijn twee redenen voor. Allereerst zal de AOW-leeftijd met ingang van 1 januari 2020 met vier maanden stijgen naar 66 en 8 maanden. Om dit te voorkomen is het noodzakelijk dat – zodra partijen een akkoord hebben bereikt – er een wetsvoorstel met spoed langs de Raad van State en de beide Kamers wordt gejaagd. De wetswijziging kan dan vóór 1 juli aanstaande worden gepubliceerd in het Staatsblad. Op die manier is er Europeesrechtelijk gezien sprake van een redelijke overgangsperiode voor degenen die voorafgaande aan de AOW een  sociale zekerheidsuitkering ontvangen die hoger is dan de AOW en dus nadeel kunnen ondervinden van een vertraagde verhoging van de AOW-leeftijd.  

Ten tweede dient een aantal grote (bedrijfstak)pensioenfondsen de pensioenen per 1 januari 2020 te korten wegens een te lage dekkingsgraad. De bonden willen deze kortingen voorkomen door tijdige aanpassing van de rekenregels die pensioenfondsen moeten hanteren voor het berekenen van hun dekkingsgraad. Een pensioenakkoord betekent dat kortingen allicht kunnen worden voorkomen.    

Een pensioenakkoord, en dan?

Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn over het op handen zijnde pensioenakkoord zal KWPS u hierover informeren en een of meerdere bijeenkomsten organiseren.  

3 juni 2019