Het pensioenakkoord en compensatie

Een grote groep werknemers zal om een compensatie vragen wanneer een overstap wordt gemaakt naar een leeftijdsonafhankelijke premie. Voor veel leeftijdsgroepen zal de nieuwe leeftijdsonafhankelijke premie namelijk over de hele linie een lagere pensioenopbouw betekenen. In de uitwerking van het pensioenakkoord is vastgelegd dat eventuele nadelen als gevolg van de overstap adequaat en kostenneutraal moeten worden gecompenseerd. De wijze waarop deze compensatie kan plaatsvinden, verschilt per uitvoerder.

Compensatie bij pensioenfondsen

Het CPB heeft met 13 pensioenfondsen berekeningen gemaakt ter zake de gevolgen van de overstap naar een leeftijdsonafhankelijke premie. De negatieve gevolgen kunnen in veel gevallen worden opgevangen omdat in het nieuwe pensioencontract andere verdeelregels gelden.

Het kan zich voordoen dat de gewijzigde verdeelregels niet tot een adequate compensatie leiden, bijvoorbeeld omdat er te weinig financiële middelen aanwezig zijn. Voor deze situatie bestaat de mogelijkheid om gedurende tien jaar, tot uiterlijk 2036, een extra pensioenpremie te betalen. Deze fiscaal gefaciliteerde premie bedraagt maximaal 3% en is bedoeld voor gerichte compensatie voor bepaalde leeftijdsgroepen.

Compensatie bij beschikbare premieregeling uitgevoerd door verzekeraars en PPI’s

Het voorstel om compensatie te financieren door een andere verdeling van het bestaande pensioenvermogen, is niet mogelijk als verzekeraars en PPI’s de regeling uitvoeren. Verzekeraars en PPI’s kennen namelijk duidelijke eigendomsrechten, met individuele pensioenkapitalen. Daarom is de enige compensatiebron een hogere premie. Uit diverse berekeningen blijkt echter dat de hiermee gepaard gaande premiestijging financieel niet haalbaar is voor werkgevers. Daarom is besloten dat de leeftijdsafhankelijke premiestaffel gehandhaafd mag blijven voor zittende werknemers. Voor nieuwe werknemers zal wel de leeftijdsonafhankelijke premie gaan gelden. Op deze manier zijn werkgevers geen compensatie verschuldigd.

Lastenverzwaring voor werkgevers door twee regelingen

Bovenstaande wil niet zeggen dat werkgevers met beschikbare premieregelingen niet worden geconfronteerd met een lastenstijging. Voor de huidige werknemers stijgt de premie over tijd, terwijl de werkgever voor nieuwe (veelal jonge) werknemers direct de hogere leeftijdsonafhankelijke premie moet gaan betalen. Het CPB heeft berekend dat de introductie van een leeftijdsonafhankelijke premie voor nieuwe werknemers tot ongeveer 2060 leidt tot hogere pensioenlasten, met het hoogtepunt van 10% hogere pensioenlasten rond 2040. Ook leidt het aanhouden van twee regelingen tot hogere administratiekosten en neemt de arbeidsmobiliteit van oudere huidige werknemers af. Zij hebben immers een leeftijdsafhankelijke gestaffelde premie.

Vanwege de langdurige lastenverzwaring kan het financieel interessant zijn de pensioenregeling voor zowel nieuwe als huidige werknemers te wijzigen in een regeling met een leeftijdsonafhankelijke premie en gedurende een korte periode een compensatieregeling overeen te komen.

Compensatie bij verzekerde middelloonregeling

Over de verzekerde middelloonregeling wordt in de uitwerking van het pensioenakkoord niet gesproken. Het is vanaf 2026 niet langer mogelijk een verzekerde middelloonregeling uit te voeren, ook niet voor huidige werknemers. Werknemers zullen daarom compensatie vragen voor het gewijzigde premieverloop (vlak in plaats van leeftijdsafhankelijk) en voor het verleggen van het risico naar werknemers. De gegarandeerde middelloonuitkering vervalt voor de toekomst.

Om de compensatieproblematiek mogelijk te mitigeren, kunnen werkgevers met een middelloonregeling zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor 2022, de overstap maken naar een beschikbare premieregeling met een leeftijdsafhankelijke premiestaffel, zodat vanaf dat moment een beroep kan worden gedaan op de overgangsbepalingen.. Er hoeft in dat geval alleen een compensatie te worden gegeven voor het vervallen van de garantie.

24 juni 2020

Auteur(s)