Hoe staat het met… de RVU-drempelvrijstelling en verlofspaarregeling?

In mei berichtten wij dat de pensioenparagraaf uit het pensioenakkoord later zal worden ingevoerd dan oorspronkelijk gepland. In deze actualiteit gaan wij kort in op twee andere elementen uit het pensioenakkoord. Deze elementen zijn al lang en breed zijn ingevoerd. Vinden deze twee fenomenen, de RVU-drempelvrijstelling en de verruimde verlofspaarregeling, inmiddels gretig aftrek?

RVU-drempelvrijstelling

Van de drempelvrijstelling voor de 52%-RVU-heffing wordt in toenemende mate gebruik gemaakt door werkgevers, in de vorm van een vrijwillige vertrekregeling voor werknemers die 3 jaar of minder van de AOW-datum zijn verwijderd. Deze tijdelijke fiscale faciliteit wordt - in allerlei varianten - in steeds meer cao’s opgenomen, soms als regeling voor slijtende beroepen, soms als generieke maatregel. Ook op bedrijfsniveau wordt de regeling steeds vaker toegepast, in incidentele gevallen of als een tijdelijke functie-specifieke of generieke maatregel.

Onze waarneming

Alhoewel er kritiek is dat de RVU-drempelvrijstelling nog niet breed genoeg wordt toegepast en de maatregel niet altijd functioneel is omdat de voor RVU-vrijgestelde uitkering voor veel werknemers te laag is, merken wij dat veel branches en veel werkgevers de weg naar de drempelvrijstelling inmiddels weten te vinden. Vaak zijn voor een hoger deelnamepercentage flankerende maatregelen nodig, zoals een vervroegd (hoog/laag) pensioen en moet er de nodige communicatie plaatsvinden met de werknemer, voordat een werknemer deel gaat nemen. Het financieel plaatje voor de werknemer moet natuurlijk vooraf goed duidelijk. De regeling is niet zodanig dat werknemers zich juichend en massaal aanmelden.

Verlofsparen

Vanwege het pensioenakkoord is het sinds dit jaar mogelijk voor een werknemer om het equivalent van 100 weken aan vakantie- en overwerkverlof aan te houden. Werkgevers moeten het vanzelfsprekend wel mogelijk maken dergelijke verlofstuwmeren te vormen. Wij merken dat veel werkgevers aarzelingen hebben bij het aanhouden van een grote ‘verlofpot’. Dit brengt een balansverplichting met zich mee en heeft een grote impact op de solvabiliteit. In het geval van faillissement is de verlofpot bij de werkgever evenmin een gedroomde oplossing. Het is dan ook niet zo gek dat de 100 weken verlof pas in een zeer laag aantal cao’s is overeengekomen, terwijl in nog lopende cao-onderhandelingen sociale partners soms maar niet tot overeenstemming komen.

Onze waarneming

Het is spijtig dat het verlofsparen tot nu toe niet echt van de grond komt. Daar waar de RVU-drempelvrijstelling gericht is op het stoppen met werken is het verlofsparen juist een middel om bij te kunnen dragen aan duurzame inzetbaarheid en daar zou de focus nu snel naar toe moeten. De focus die ligt op de RVU-drempelvrijstelling is begrijpelijk, gezien het feit dat het een acute oplossing is en er acute problemen zijn met de duurzame inzetbaarheid. Vanaf 2022 dient de focus ons inziens echt te gaan verschuiven naar de verlofspaarregeling en naar duurzame inzetbaarheid. Externe uitvoering en goed flankerend beleid kunnen substantieel bijdragen aan het succes van deze regeling. Alhoewel externe uitvoering niet expliciet is neergelegd in de wet, is dit naar onze mening onder voorwaarden wel reeds mogelijk. In een praktijkgeval heeft KWPS dit aspect dan ook in onderzoek genomen.

Auteur(s) en meer informatie: