Koolmees dendert door: afkoop 10% pensioen snel mogelijk?

In de hoofdlijnenbrief van 27 juni 2019 informeert de minister de Tweede Kamer over het voorstel 10% van het pensioen af te kunnen kopen. De strekking van de brief is dat de afkoop op geen enkel wezenlijk probleem stuit en snel geïntroduceerd kan worden. De voorwaarden die aan de afkoop gesteld zullen worden zijn minimaal. Wat gaat er gebeuren en wat is de impact?

De SER heeft voorgesteld en in Pensioenakkoord is afgesproken dat op de pensioendatum maximaal 10% van het individuele pensioenvermogen als bedrag ineens moet kunnen worden opgenomen. Uit de hoofdlijnenbrief blijken twee hoofdconclusies:

  • Een afkoop ineens levert voordelen op voor de consument en voorziet in een behoefte
  • Er zijn geen juridische bezwaren tegen het opnemen van een afkoopmogelijkheid binnen het huidige pensioenstelsel

Opvallend is het laatste punt. Er wordt gerefereerd aan het huidige pensioenstelsel. Nu afkoop van een beperkt bedrag kennelijk niet bezwaarlijk is, ontstaat de vraag waarom er decennia lang vrij krampachtig is vastgehouden aan een volledig afkoopverbod. In ieder geval wordt met deze hoofdlijnenbrief wel duidelijk, net als met het recent aangenomen wetsvoorstel tot temporisering van de AOW (zie onze special over het Pensioenakkoord) dat het zoet van het Pensioenakkoord eerder wordt opgediend dan het zuur. Overigens zijn er aan de afkoop van pensioen wel degelijk nadelen verbonden, maar dat is voer voor een andere, meer uitgebreide beschouwing.

Welke belangrijkste voorwaarden gaan er gelden voor de afkoop?

  • Het bedrag ineens mag alleen op de pensioeningangsdatum worden opgenomen.
  • Er mag maximaal 10% van de opgebouwde waarde aan ouderdomspensioen worden opgenomen. Dat klink als weinig, maar is dat zo? Een ouderdomspensioen van bijvoorbeeld € 25.000 (bruto) heeft een gekapitaliseerde waarde van al snel € 375.000. In dat geval kan dus ineens € 37.500 (bruto) worden opgenomen. Volgens de huidige regels kan al een hoog laag constructie worden toegepast en kan de AOW worden overbrugd. Er kan dus relatief veel pensioengeld naar voren worden gehaald.

De hoofdlijnenbrief geeft aan dat er waarschijnlijk geen bestedingsdoelen zullen gelden. Vermeld wordt dat het geld naar verwachting zal worden besteed aan schuldaflossing, het kopen of verkopen van een huis, het aanschaffen van een auto of om op vakantie te gaan. Niet vermeld overigens is – en daarom doe ik het even - dat een derde tot de helft van het afgekochte bedrag naar de overheid gaat in de vorm van hogere belastingopbrengsten en lagere toeslagen. Kortom: de afkoopmogelijkheid leidt tot een win-win situatie voor de gepensioneerde én de overheid. Het verbaast dan ook niet dat de 10%-afkoopmogelijkheid ook voor lijfrente en banksparen zal worden ingevoerd.

De hoofdlijnenbrief is nog geen wetsvoorstel, maar bevat wel de opmerking dat de minister de komende periode graag aan de slag gaat met het voorbereiden van de wetgeving. De vraag komt op of de opnamemogelijkheid van 10% een separaat wetsvoorstel zal worden en sneller zal worden ingevoerd dan het nieuwe pensioenstelsel. Aangezien de afkoopmogelijkheid geen negatieve budgettaire effecten heeft op de staatsfinanciën (in tegendeel) is er wat dat betreft geen enkel beletsel tegen een snelle invoering.