Pensioen 2020 deel 3: Exit doorsneepremie. En dan?

In het derde deel van onze actualiteiten rond pensioen 2020 belichten we het voorstel van Klijnsma om de financiering volgens de doorsneepremie stop te zetten. Dit is de manier waarop 75% van de Nederlandse pensioenregelingen wordt gefinancierd. Het voorstel zal consequenties hebben voor 100% van de Nederlandse regelingen. Benieuwd hoe dat komt?

Klijnsma gaat in de Perspectiefnota uitgebreid in op de doorsneepremie en de daaraan verbonden nadelen. Ze besteedt aanzienlijk minder tijd aan de financieringssystematiek die daarvoor in de plaats gaat komen. En toch is volkomen helder wat het plan is: er zal voor iedere pensioenregeling in Nederland een maximale leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie gelden. Het maakt vanaf 2020 niet uit welk pensioensysteem werkgever en werknemers overeenkomen; de overheid staat alleen een maximale leeftijdsonafhankelijke premie toe. Uitvoerder en sociale partners zullen er voor moeten zorgen dat de regeling zelf aansluit bij de kenmerk van een maximale leeftijdsonafhankelijke premie.

In de Perspectiefnota is aangegeven dat heel Nederland in 2020 ineens over moet gaan op de leeftijdsonafhankelijke premie omdat anders rare situaties ontstaan. Bijvoorbeeld in het geval van een wisseling van baan of uitvoerder. Mensen bouwen dan te weinig of te veel pensioen op. Klijnsma geeft niet aan hoe wordt gewaarborgd dat er een leeftijdsafhankelijke premie gaat gelden, maar bekend met het fenomeen fiscaal instrumentalisme hebben wij hier een duidelijk idee over.

Als de plannen van Klijnsma wet worden dan wordt per 1 januari 2020 in de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen dat de pensioenpremie in een pensioenregeling in alle gevallen leeftijdsonafhankelijk is en (bijvoorbeeld) maximaal 15% van het fiscale loon mag bedragen, afgezien van overgangsrecht. Het overgangsrecht behandelen we in deel 5. De sanctie die de Wet op de loonbelasting stelt op overtredingen van fiscale pensioenvoorschriften is heffing ineens en dat willen uitvoerders en sociale partners niet op hun geweten hebben. Gevolg: alle uitvoerders gaan op de dag van de wetswijziging over naar het nieuwe systeem.

Het voorschrift van een gelijke premie heeft vele gevolgen. Allereerst verdwijnt het automatisme dat er evenveel pensioen wordt verworven ongeacht de leeftijd. Nog meer dan nu het geval is, doet een jongere er goed aan om niet ver na het bereiken van het 25e levensjaar een baan te vinden waarin pensioen wordt opgebouwd. De werkgever is procentueel evenveel pensioenpremie kwijt voor een oude(re) als voor een jonge(re) werknemer. Dat is goed voor de kansen van ouderen op de arbeidsmarkt. Tot slot neemt de vergelijkbaarheid van pensioenregelingen met sprongen toe omdat de inleg van premie in de regeling van werkgever A simpel vergeleken kan worden met de inleg van premie in de regeling van werkgever B.

In de volgende actualiteit behandelen we welke pensioensystemen er eigenlijk nog mogelijk zijn als het voorschrift van de gelijke premie geldt.

26 september 2016