Uitstel betaling pensioenpremies mogelijk (longread)

Doordat vele werkgevers als gevolg van het Coronavirus in zwaar weer verkeren, zijn zij genoodzaakt te onderzoeken welke kosten kunnen worden uitgesteld of stopgezet. Een substantiële kostenpost kan het betalen van de maandelijkse pensioenpremie ten behoeve van de werknemers zijn. Niet voor niets heeft een aantal werkgevers inmiddels een verzoek tot uitstel van de premienota ingediend bij hun pensioenuitvoerder. Pensioenuitvoerders hebben daarom maatregelen getroffen om getroffen ondernemers tegemoet te komen.

Tegemoetkoming getroffen werkgevers

Vorige week kondigde het pensioenfonds voor de horeca & catering al aan in de maand maart geen premie te zullen innen bij de aangesloten werkgevers. Ook de pensioenfondsen voor de reisbranche en detailhandel kondigde aan maatwerk te zullen toepassen voor het treffen van betalingsregelingen met individuele werkgevers die als gevolg van de coronacrisis in financiële problemen zijn gekomen. Inmiddels hebben dit weekend de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars een akkoord bereikt om getroffen werkgevers tegemoet te komen. Hierbij zal maatwerk worden betracht, omdat de problemen per sector of werkgever verschillen. Gedacht kan worden aan een betalingsregeling met individuele werkgevers of aan het verruimen van de betalingstermijn waarbinnen werkgevers de pensioenpremie moeten afdragen. Daarnaast kunnen pensioenuitvoerders tijdelijk een minder strikt invorderingsbeleid hanteren bij het invorderen van hun premies, door minder snel incassobureaus in te schakelen of het opleggen van boetes uit te stellen.   

Beperkte ruimte voor maatwerk

Op dit moment is de ruimte voor het hanteren van maatwerk nog beperkt door de wettelijke voorschriften.    Hoewel de Pensioenwet voorschrijft dat partijen zelf in de uitvoeringsovereenkomst/het uitvoeringsreglement dienen vast te leggen hoe de pensioenpremies door de werkgever aan de pensioenuitvoerder moeten worden betaald, kent de Pensioenwet wel enkele randvoorwaarden voor invorderingsinspanningen en betalingstermijnen. Wanneer de premie per jaar wordt vastgesteld, dient de werkgever uiterlijk binnen een maand na afloop van ieder kwartaal een vierde gedeelte van de (geschatte) jaarpremie te voldoen. Wordt de premie iedere maand op basis van actuele loonsomgegevens vastgesteld, dan dient de premie uiterlijk binnen twee maanden na afloop van elke maand te worden voldaan aan de pensioenuitvoerder. Overigens verschilt de wijze hoe pensioenfondsen en verzekeraars/PPI’s moeten en kunnen omgaan met premieachterstanden:

Pensioenfondsen

Pensioenfondsen mogen bij wanbetaling de toekomstige pensioenopbouw niet stopzetten. Wel bestaat voor niet-verplicht gestelde pensioenfondsen de mogelijkheid de uitvoeringsovereenkomst op te zeggen, waarna eveneens de pensioenopbouw wordt gestopt. Is een pensioenfonds in onderdekking, dan is het fonds - op straffe van een boete - verplicht om het verantwoordings- of belanghebbendenorgaan dan wel de (gewezen) deelnemers en gepensioneerden te informeren over een premieachterstand als de achterstand 5% van de totale door het fonds te ontvangen jaarpremie bedraagt. Ook dient het fonds in dat geval de OR van de onderneming met een betalingsachterstand te informeren.

Verzekeraars/PPI’s

Verzekeraars en PPI’s kunnen de pensioenopbouw bij wanbetaling wel stopzetten. Dat kan echter alleen indien zij zich eerst aantoonbaar 5 maanden hebben ingespannen om de achterstallige premie te innen en vervolgend de deelnemers en de werkgever hierover hebben informeren. 

Gepland overleg en voortzetting pensioenopbouw

Op korte termijn vindt overleg plaats tussen het Verbond van Verzekeraars, de Pensioenfederatie, DNB en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Insteek van dit overleg is om in de onlangs aangekondigde ‘Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkvoorbehoud’ (NOW) eveneens een bijdrage op te nemen voor door de werkgever te betalen pensioenpremie. Daarnaast wordt gesproken over de thans knellende wettelijke voorschriften. Deze wettelijke voorschriften zijn er echter niet voor niets. De pensioenopbouw van werknemers gaat immers gewoon door. Als de mogelijkheden tot het verruimen van de betalingsverplichting teveel worden opgerekt, zullen de gevolgen van een faillissementsrisico groter zijn voor de pensioenuitvoerders. Weliswaar kan (een deel van) de gemiste pensioenpremie door een faillissement worden verhaald op het UWV, maar dit verzoek kan alleen worden ingediend door de betreffende werknemer. Omdat de werknemer vaak geen weet heeft van deze mogelijkheid of geen (direct) belang heeft, blijven de rekeningen voor gemiste pensioenpremies vaak onbetaald. Dit verlies komt voor rekening van de pensioenuitvoerder. Voor pensioenfondsen komt dit verlies uiteindelijk ten laste van de deelnemers, hetgeen eventueel tot uitdrukking kan komen in een korting op de opgebouwde pensioenen, een premieverhoging of minder indexatieperspectief.

Alternatief: verlaging werkgeversbijdrage?

In plaats van een betalingsregeling te treffen, zouden werkgevers eventueel ook een beroep op een betalingsvoorbehoud kunnen doen. Dit voorbehoud moet dan wel zijn overeengekomen in de pensioenovereenkomst en de uitvoeringsovereenkomst. Een dergelijk voorbehoud geeft de werkgever het recht om in geval van ingrijpende wijziging van omstandigheden (dat wil zeggen een reële betalingsonmacht) de werkgeverspensioenbijdrage te verminderen of te beëindigen. Nadeel van deze mogelijkheid is dat de pensioenopbouw – anders dan bij een betalingsregeling - wordt verminderd of beëindigd. Overigens is een dergelijk voorbehoud veelal niet opgenomen in de pensioenregeling van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen, zodat deze mogelijkheid niet open staat voor werkgevers die bij een dergelijk fonds zijn aangesloten.    

Advies werkgevers

Voor nu adviseren wij werkgevers die de pensioenpremie ten behoeve van hun werkgevers niet meer kunnen betalen contact op te nemen met hun pensioenuitvoerder of hun pensioenadviseur om naar een individuele oplossing te zoeken. Zodra de contouren van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkvoorbehoud kenbaar zijn, kan deze regeling wellicht eveneens soelaas bieden.  

24 maart 2020