Val van de pensioenbeleggingen door de coronacrisis

De afgelopen weken hebben de financiële markten enorme klappen gekregen als gevolg van de coronacrisis. De lagere beurskoersen hebben invloed op het pensioen van uw werknemers. Dit is zowel het geval bij pensioenfondsen als bij beschikbare premieregelingen. Gelukkig is ons pensioenstelsel zo ingericht dat deze effecten relatief beperkt zijn.

Beleggingen in een beschikbare premieregeling

In een beschikbare premieregeling worden de ingelegde premies belegd. De recente klappen op de financiële markt hebben dus direct impact op de hoogte van het pensioenkapitaal. Vooral voor jonge deelnemers wordt een relatief groot deel van hun kapitaal belegd in aandelen. Dat betekent dat hun kapitaal nu een flinke daling zal laten zien. Omdat pensioen een lange-termijn belegging is, is dit niet zorgwekkend. De pensioendatum van jonge deelnemers wordt tenslotte pas over tientallen jaren bereikt en dus heeft het pensioen nog aanzienlijke tijd om te herstellen. De werknemer kan zelfs aanvullende maatregelen nemen zoals wat extra inleg de komende jaren.

Werknemers die binnen een aantal jaar hun pensioendatum bereiken, hebben mogelijk te weinig tijd om de koersen te kunnen laten herstellen. Uitvoerders houden hier expliciet rekening mee door middel van het lifecycle-principe. Hoe korter de periode tot de pensioendatum is, des te minder in aandelen wordt belegd. In plaats daarvan wordt steeds meer geïnvesteerd in beleggingen met een laag risicoprofiel, zoals obligaties. Daarmee wordt de impact van de financiële markten op het kapitaal en daarmee de pensioenuitkering verminderd. De impact van de huidige coronacrisis op de pensioenuitkering zal daarom naar verwachting beperkt zijn.

Dekkingsgraden van pensioenfondsen

Pensioenfondsen beleggen de premies die worden ingelegd. Een daling in de beleggingen heeft direct impact op de beschikbare financiële middelen en daarmee de dekkingsgraad. Tegelijkertijd is ook de rente verder gedaald, zodat de verplichten die het pensioenfonds heeft, zwaarder worden gewaardeerd. Door dit gecombineerde effect is de dekkingsgraad van een gemiddeld fonds op dit moment (naar verwachting) tussen 85% en 90%. ABP, het grootste fonds, heeft waarschijnlijk zelfs een dekkingsgraad van 83%. Ter vergelijking: eind 2019 was de dekkingsgraad van ABP 97,8%.

Indien een pensioenfonds over te weinig financiële middelen beschikt en geen andere maatregelen meer kan treffen, moet zij de pensioenen korten. Deze beslissing baseert zij op de stand van de dekkingsgraad per 31 december. De politiek kan ook invloed uitoefenen op deze beslissing. Vorig jaar kwam minister Koolmees namelijk met een uitweg voor fondsen, waardoor fondsen niet hoefden te korten bij een dekkingsgraad van 90% of hoger. Bij de huidige stand van zaken is de grens van 90% bij veel fondsen bij lange na niet voldoende om kortingen te voorkomen, mocht Koolmees zijn uitweg in 2020 herhalen. Fondsen hebben gelukkig nog ruim negen maanden de tijd hebben om gedeeltelijk te herstellen. Hierbij zijn het herstel van de economie en ontwikkeling van de rekenrente belangrijke factoren. Belangrijk is vast te stellen dat als de beleggingen het weer goed doen, het ingegane pensioen in de toekomst weer kan worden geïndexeerd. Met name in het nieuwe stelsel volgens het Pensioenakkoord zal daar weer sprake van kunnen zijn.

18 maart 2020