Monetair beleid desastreus voor dekkingsgraad pensioen

Op 16 maart 2016 heeft de Europese Centrale Bank (hierna: ECB) de rentetarieven verlaagd naar een depositorente van -0,40% en een basisherfinancieringstarief van 0%. Sinds juni 2014 is de depositorente negatief. Dit betekent dat de banken geld moeten betalen om kapitaal of vermogen te mogen stallen bij de ECB. De aanhoudende lage rente is een nachtmerrie voor Nederlandse pensioenfondsen. De ECB zinspeelt erop dat het laagste punt van de rentestand mogelijk nog niet is bereikt.

Het monetaire beleid van de ECB is gericht op het handhaven van prijsstabiliteit waarbij de inflatie zich rond de 2% bevindt. De renteverlaging is nodig omdat banken op dit moment te veel geld opslaan bij de ECB. Hierdoor wordt dit niet uitgeleend aan consumenten en bedrijven en draagt daardoor niet bij aan economische groei.

Rekenrente

De lage rente is voor pensioenfondsen een groot probleem. De rekenrente die pensioenfondsen hanteren voor de waardering van hun toekomstige verplichtingen is een afgeleide van de depositorente van de ECB. Op dit moment is de rekenrente voor (verre) toekomstige verplichtingen, oftewel de Ultimate Forward Rate (UFR) 3,3%. Ter vergelijking, in 2012 bedroeg de UFR nog 4,2%. Door de lagere rekenrente wegen toekomstige verplichtingen zwaarder mee. Als gevolg hiervan moet er op dit moment meer geld apart worden gezet om te voldoen aan de toekomstige verplichtingen.

Gevolgen

De aanhoudende lage rente heeft zijn effect gehad op de dekkingsgraad van pensioenfondsen. De meeste pensioenfondsen hadden al lage dekkingsgraden maar door de huidige slechte verwachtingen zal dit nog meer verslechteren. De dekkingsgraad van het ABP over de maand februari was 88,2%, terwijl de vereiste dekkingsgraad 105% is.

Uiteindelijk kan een te lage dekkingsgraad de volgende gevolgen hebben:

  • Structureel uitblijven van indexatie.
  • Een mogelijke verlaging van pensioenen.

Verzekeraar

Voor verzekeraars wordt de UFR bepaald door de European Insurance and Occupational Pensions Authorithy (=EIOPA), die op 6 maart 2015 heeft besloten dat de UFR voor verzekeraars 4,2% blijft. Verzekeraars hebben op basis van Solvency II echter al geruime tijd strengere buffereisen en ondervinden nu minder last van de lage rente.

Het handhaven van middelloonregelingen wordt bij verzekeraars steeds duurder. De tarieven die verzekeraars hanteren zijn hoog. Voor dezelfde pensioenopbouw als jaren geleden wordt er een veel hogere premie berekend. Een mogelijk alternatief is een beschikbare premieregeling waarbij ook na de pensioendatum belegd kan worden. Zie onze actualiteit Wet verbeterde premieregeling

6 april 2016

Auteur(s)