FD: 15-03-2008

Het Financieele Dagblad: 15 maart 2008

Een betaalbaar pensioen

JAN-OLIVIER KUIJKHOVEN

 

Het rapport 'Naar een modern en betaalbaar pensioen' van VNO-NCW, MKB-Nederland, LTO Nederland en AWVN bepleit het opnemen van indexatiebepalingen in de cao, in plaats van in het pensioenreglement. De argumenten zijn solide, relevant en overtuigend. Ik zie als oplossing de beschikbarepremieregeling met beleggingen op collectieve basis.

Beschikbarepremieregelingen met collectieve beleggingen zijn hier (nog) zeldzaam. Het systeem werkt als volgt. Per leeftijdcohort van vijf jaar gelden premies, op basis van een rekenrente van 4 procent. De premie voor een 25-jarige werknemer bedraagt ongeveer een kwart van de premie voor een 60-jarige met hetzelfde salaris; een euro die 35 jaar later wordt ingelegd kan nu eenmaal minder lang rente opbouwen. De uitvoerder maakt van tevoren solide, collectieve beleggingsafspraken met sociale partners. De beleggingen geschieden op basis van het life-cycle-beginsel: minder risicovol naarmate de pensioenleeftijd nadert.

Er wordt collectief belegd. Doordat de beleggingshorizon lang is, kennis gebundeld wordt en kosten laag zijn, is de kans op rendement boven de 4 procent uitermate reëel. Met een beleggingsoverschot garandeert de uitvoerder op de pensioendatum een indexatie.

Momenteel hebben 4 tot 5 procent van de werknemers in Nederland een (gewone) beschikbarepremieregeling. Maar bij de collectieve pensioenregelingen van verzekeringsmaatschappijen hebben meer dan 50 procent van de verzekerde werknemers een beschikbarepremieregeling, tegenover slechts 4 procent in 1995. Hoewel verzekeraars een klein deel van de pensioenmarkt in handen hebben, is de beschikbarepremieregeling in dit marktdeel volkomen ingeburgerd.

De invoering van de Pensioenwet blaast het idee van de beschikbarepremieregeling met collectieve beleggingen nieuw leven in. Per 1 januari 2009 krijgen pensioenuitvoerders (fondsen en verzekeringsmaatschappijen) de zorgplicht voor beleggingen in een beschikbarepremieregeling. De uitvoerder moet beleggen volgens het life-cycle-beginsel. Niet alleen de uitvoerder heeft een zorgplicht, ook de werkgever.